Logopedische dienst

dienst logopedie
Bij het onderzoek wordt het talig functioneren van het kind in kaart gebracht. Het niveau van
het verbale taalbegrip en de taalexpressie wordt bepaald. Dit gebeurt aan de hand van
genormeerde taaltesten en observaties. De communicatieve vaardigheden worden nagegaan
en bevraagd bij de ouders en andere omgevingen. Daarnaast wordt de schriftelijke taal
geëvalueerd.
Het doel van de logopedische therapie bestaat uit 2 delen:
– Mondelinge communicatie: Het taalbegrip en de taalexpressie worden gestimuleerd volgens de
noden. Dit behelst verschillende aspecten: het optimaliseren van de articulatie, het stimuleren
van het klankbewustzijn, het uitbreiden van de woordenschat en de zinsbouw, het nadenken
over taal en leggen van linken tussen talige gegevens, het gebruiken van taal in verschillende
contexten. Via interactie tussen het kind en de therapeut worden die aspecten op een
specifieke manier getraind. Veel aandacht gaat naar pragmatische vaardigheden waarbij
kinderen taal op een adequate wijze leren gebruiken tijdens conversaties en andere
communicatieve situaties.
– Schriftelijke communicatie: bestaat uit specifieke begeleiding bij lezen en spelling. Bij het
trainen van het technisch lezen wordt een zo hoog mogelijk niveau beoogd. Er wordt gebruik
gemaakt van individueel aangepaste decodeertechnieken en leesstrategieën. Eventueel worden
compenserende middelen aangereikt en leren de kinderen die te gebruiken. Daarnaast gaat er
aandacht naar het begrijpend lezen. Hierbij komen de betekenisreflectie en het begrijpen van
woorden en zinswendingen meer op de voorgrond. Opdrachtbegrip en -analyse komen aan bod
met oog op een stapsgewijze uitvoering.
Verder wordt het correct schrijven gestimuleerd door het bijwerken van de letterkennis, het
aanleren van spellingregels, het inprenten van woordbeelden en het bijbrengen van inzicht in
woordstructuren.De samenhang tussen mondelinge en schriftelijke taal wordt voortdurend
benadrukt.